Home
WERKDRUK
INDRUK
HANDDRUK
HOEZODRUK

Home arrow WERKDRUK arrow Tips
Tips najaar 2008

Het schrijven van webteksten

Schrijft uzelf uw webteksten? Het schrijven van teksten voor een beeldscherm vraagt echt om een andere aanpak dan het schrijven van teksten voor op papier. Veel mensen hebben nog altijd de neiging om een papieren tekst gewoon te kopiëren naar het beeldscherm. Niet doen! Voor webteksten gelden er andere regels dan voor gedrukte teksten. Met de 7 tips van het najaar van 2008 heeft u de belangrijkste webschrijfzaken weer op een rijtje.

Zeven tips voor webschrijvers:

1. Schrijf speciale webteksten voor iedere website (En gebruik dus geen teksten die u van papieren media gewoon integraal overzet naar het internet)
Mensen die surfen zijn ongeduldig en lezen slecht. Het echte "tekstblok lezen" gaat trager vanaf een scherm. De alinea's en de zinnen moeten dus kort zijn. Om de vier of vijf regels zijn tussenkopjes nodig. Lange stukken tekst om door naar beneden te scrollen zijn uit den boze!

2. Zorg voor duidelijke tekstblokken die waar nodig makkelijk te printen zijn (en dus geen tekstblokken die zijn opgemaakt in kleur of in frames)
Soms zoekt de surfer veel en ingewikkelde informatie. Zorg dan dat er snel een afdruk geprint kan worden. Bijvoorbeeld door een pdf-versie of printversie aan te bieden. Dat leest veel makkelijker, vooral zwart op wit. Uit onderzoek blijkt dat lezers van papier meer onthouden en zelfs meer begrijpen dan van het computerscherm.

3. Zorg voor herkenbare links (en dus geen links die niet op links lijken)
Op veel websites is een link niet direct als zodanig te herkennen. Jammer, dat kost u een heleboel kliks. Websurfers zijn ongeduldig en willen het gevoel hebben dat ze zelf de controle houden. Ze willen weten wat er wanneer gebeurt. Op afbeeldingen en pictogrammen wordt veel geklikt, dus zorg dan ook dat dit mogelijk is.

4. Schrijf niet rechtstreeks over uzelf of uw organisatie
Alleen uitgaan van wat u te bieden hebt en niet van de vraag van de doelgroep is de beste reden voor bezoekers om uw website direct te verlaten. Kopzinnen waar "wij" of "ons" of de naam of het merk van de afzender in staan, vormen al een afhaak-risico. Uw surfende klant of prospect heeft zijn eigen vragen of behoeftes en (nog) geen behoefte aan informatie over u. Dat komt pas later als hij denkt dat u in behoeftes kunt voorzien en voordelen voor hem biedt.

5. Wees niet te lang van stof
Tekstadvertenties op Google mogen maximaal drie regels lang zijn. Vijfentwintig tekens voor de kopzin en tweemaal vijfendertig tekens voor de advertentie zelf. Op lange advertenties wordt blijkbaar minder geklikt en Google leeft van kliks. De gemiddelde zinslengte van een optimale webtekst is slechts negen woorden.

NB:  Als u in Word bij spellingscontrole onder "opties" het hokje "leesbaarheidsstatistieken weergeven" aanvinkt, krijgt u deze informatie zelf ook bij elk artikel.

6. Onderbreek de dialoog met en van uw bezoeker niet
De websurfer is als het ware met u in dialoog. Hij stelt u in gedachten vragen. U heeft zich in de ander verdiept; u kent de vragen en geeft dus antwoorden. Als iemand doorklikt, moet de dialoog op een logische manier verder gaan. Dat geldt ook als iemand via een advertentie, banner of button op uw website komt. Laat die niet allemaal op uw homepage landen, maar maak dus verschillende landingspages.

7. Ga er niet teveel van uit dat uw bezoekers wel weten wat ze moeten doen
Om respons moet u vragen. Gebruik opvallende actiebuttons en responslinks. Maak responspagina's op uw site. Beloon snelle reactie. Vraag letterlijk om een reactie en doe zoals de Amerikanen zeggen: "Tell the reader what to do."